PATROONSFEEST PAROCHIE VAN GENT
Gent – Op zaterdag 1 december 2007 vierde de Parochie van de Heilige Apostel Andreas de Eerstgeroepene van Gent haar parochiefeest. De liturgische viering werd voorgegaan door Zijne Eminentie Metropoliet Panteleimon van België en Exarch van Nederland en Luxemburg in concelebratie met zijn 2 hulpbisschoppen, HH.EE. de Bisschoppen Maximos van Evmenia en Athenagoras van Sinope, en de Rector van de Parochie, Aartspriester Ignace Peckstadt (Gent), Aartspriester Nicolaï (Cluj-Napoca), Aartspriester Silouan Osseel (Eindhoven), de Priesters Alexander Yavarousky (Leuven), Dominique Verbeke (Gent), Bernard Peckstadt (Brugge), Lukas Gabriëls (Antwerpen) en Arkadi Vernikov (Eingdhoven), alsook met de Diakens Ciprian Popescu (Schaarbeek) en Athanase de Theux (Sint-Gillis). Onder de aanwezigen telde men de Priesters Théophile Pelgrims (Vilvoorde), Evgenij Sapronov (Ukkel) en Pius Pauwelyn (Kortrijk). Men mag geenzins de gelovigen vergeten te vermelden die er heen gekomen waren in een geest van gebed en toewijding.
Bisschop Athenagoras van Sinope hield de homilie rond de grootse figuur van de Heilige Apostel Andreas de Eerstgeroepene. Na de feestelijke Goddelijke Liturgie – die de viering van de 35e verjaardag markeerde van de stichting van de Parochie – sprak Zijne Eminentie Metropoliet Panteleimon enkele hartelijke woorden uit en feliciteerde Vader Ignace, stichter en rector van de Parochie, Vader Dominique en de ganse parochiegemeenschap voor deze gebeurtenis. Hij herinnerde hoe er uit deze Parochie andere parochiegemeenschappen zich voortgevloeid, zoals deze van Eindhoven (die hij als een ‘voorbeeldige’ karakteriseerde), Kortrijk, Brugge en Oostende.
Hij riep verder op tot de nood van de blijvende éénheid van de Orthodoxie in ons land en nodigde iedereen uit tot de Vespers van de Heilige Basilios die gevierd worden op zondag 13 januari om 16u in de Orthodoxe Kathedraal, Stalingradlaan 34 te Brussel. Hij vroeg tenslotte ook allen te willen bidden voor de éénheid van ons land België, dat heden een politieke identiteitscrisis doormaakt.
Nadien volgden er feestelijke Agapen in de bovenzaal die afgerond werden met de viering van de Vespers.
Eminentie,
Excellentie,
Dierbare broeders en zusters,
Deze ontmoeting met Christus was ongetwijfeld het meest heugelijke ogenblik van het leven van Apostel Andreas. De Evangelist Johannes geeft ons na de openbare verkondiging door de Voorloper en Doper van “zie het Lam Gods”, het verhaal van deze eenvoudige visser uit Bethsaïda die zijn net achterliet om Christus te volgen. En als Jezus hem vraagt wat hij van Hem verlangt, dan antwoordt hij heel kordaat met twee woorden, die het verlangen van zijn hart vertolken : “Rabbi, waar verblijft Gij”? Andreas zocht dus Jezus. Hij wou met Hem kennis maken, en weten waar en hoe Hij leeft. Hij wou met Hem een nauwe vriendschappelijke band aanknopen. En Jezus nam Hem een ganse dag bij zich, waarbij Andreas begreep dat Hij de Messias is. Overvol van vreugde en enthousiasme berichtte hij zijn broer Simon Petrus de grote openbaring, zeggend : “Wij hebben de Messias gevonden”. En hij gaf zich als een kleine leerling over aan de liefde en de wijsheid van Zijn Verlosser.
De viering van de gedachtenis van de Eerstgeroepene der Apostelen, van de patroonheilige van deze kerk, van de beschermheilige van deze parochie, bidet ons bij uitstek de gelegenheid even enkele facetten uit zijn merkwaardig leven tot het geheugen te roepen.
Apostel Andreas was aanvankelijk de nederige leerling van de Heilige Johannes de Doper en Voorloper en later de eerste Leerling van de Heer. Al van kleins af was hij doordrongen van een wens de Messias te mogen ontmoeten. Vandaar dat hij – zodra hij vernomen had dat de Heilige Johannes Voorloper en Doper de weg opende voor de Heer, spoedde hij zich om zijn leerling te worden. Maar toen het grote ogenblik aangebroken was dat Johannes de Voorloper hem de Grote Verwachte aanwees, verliet hij samen met een andere leerling hun leermeester om voortaan Christus n ate volgen. Zo werd Hij de eerste Leerling van Christus. Vandaar ook de Eerstgeroepene genaamd.
Sindsdien wijdde Hij zich volledig toe aan de Heer. Hij heeft daarenboven vele anderen naar Christus geleid, beginnende met zijn eigen broer Simon, die Petrus genoemd werd. Het was reeds avond, dezelfde dag dat Hij kennis had gemaakt met de Heer, en hij haastte zich naar zijn broer en riep tot hem toe: “Simon, wij hebben de Messias gevonden”! En hij nam zijn broer bij de hand en bracht hem bij Jezus.
Maar het werk van Apostel Andreas was – zoals we weten uit wat Apostel Paulus ons over hem naliet – helemaal niet eenvoudig en gemakkelijk. Maar Andreas kent een zodanig enthousiasme en geloof, dat hij niet dacht aan de gevaren die hij liep.
Na de Hemelvaart van zijn Leermeester begint hij met een groots en uniek missionair werk. Hij trekt door Syrië en Palestinië en zoekt steeds verdere oorden op. Over deze oneindige trektochten schrijft Apostel Paulus het volgende: “Tot op dit eigen ogenblik lijden wij honger en dorst, zijn wij naakt en krijgen wij slagen, zijn wij dakloos en matten ons af met handenarbeid...” (1 Kor. 4,11).
Dergelijke en nog moeilijkere omstandigheden heeft Andreas doorstaan om tot in Nicea in Bithinië te geraken, waar hij gevangen genomen werd omwille van zijn preken en zijn wonderbaarlijke handelingen. Als bij mirakel werd hij door de goddelijke voorzienigheid bevrijd van zijn gevangenschap. Zo zette hij zijn missionaire activiteiten verder en kwam hij in Sinope, in de Pontus aan, waar hij hardhandig werd aangepakt en gevangen genomen door afgodenaars. Ze waren gekend als menseneters. Maar vòòr zij hun macaber plan konden uitvoeren, wouden ze hem folteren, en bij deze twee andere gevangenen laten vrijlaten. Het is niet te beschrijven hoe hij toen geleden heeft. Over gans zijn lichaam waren tekenen van deze foltering te zien. Maar door zijn diep geloof bleef hij onwankelbaar. De vooravond van zijn geplande dood, zag hij de Heer die hem moed insprak en zei: “Wees niet bang, Andreas. Geef mij de hand en sta op”. Hij stond toen op en tot zijn grote verrassing zag hij dat hij helemaal genezen was van zijn verwondingen. Dit wonder maakte een zodanige indruk op de mensenetende afgodenaars dat ze schrik hadden. Ze vielen neer voor Andreas en smeekten hem tot vergiffenis. Als ijvere apostel maakte hij van deze gelegenheid gretig gebruik een preek te houden over Christus. Zo heeft Andreas nogmaals de woorden van Apostel Paulus bevestigd, nl.: “Zo worden wij beschimpt, zegenen wij, worden wij vervolgd, en wij dulden het. Smaad beantwoorden wij met minzaamheid” (1 Kor. 4,12-13). Vòòr hij de stad Sinope verliet, stichtte hij er een Kerk en wijdde er Filologos, één van de 70 Apostelen, als eerste bisschop.
Broeders en zusters,
In een geest van waarachtige zelfverloochening zet de Eerstgeroepene der Apostelen zijn zendingswerk verder. Van Klein Azië trekt hij richting Europa. Apostel Andreas is in Byzantium aangekomen. Maar Byzantium was in die tijd niet wat het nu is. Het was een klein dorp met een versterkte burcht. Later heeft Konstantijn de Grote dit dorp ontdekt en uitgeroepen als de hoofdstad van zijn Rijk, onder de naam Konstantinopel. Het is dààr dat de grote Apostel Andreas kwam met woorden, met wonderen, om er onderricht te geven zoals zijn Leermeester het hem geleerd had; om er aan de Byzantijnen het licht van de Godkennis over te dragen. We hebben het gehoord in de Dienst van de Metten : “afgodentempels heeft hij omgevormd tot Kerken”. De eerste toegewijd aan de Moeder Gods. Hij heeft er vervolgens een bisschop gewijd, eveneens één van de 70 Apostelen, Stachys, die afkomstig was van Heraklia in Thracië.
De traditie van de Kerk wilt dat hij zelfs tot in Roemenië trok, daar waar de Donau uitmondt in de Zwarte Zee.
Zijn laatste bestemming was weliswaar Griekenland. Op reeds oudere leeftijd komt hij aan in de stad Patras. De bewoners van deze stad onthalen hem heel hartelijk. Velen geloofden in zijn preken. Maar de Romeinse gouverneur Maximiliaan zag het succes van Andreas als een aanval op zijn eigen persoon en gaf dan ook meteen de opdracht hem gevangen te nemen en hem te folteren. De vrouw van Maximiliaan was het echter helemaal niet eens met haar man, alsook zijn vrienden en medewerkers die zich hadden laten dopen. Maximiliaan voelde zich plots helemaal geïsoleerd en dat maakte hem woedend. Zo liet hij de Eerstgeroepene der Apostelen kruisigen.
Zo werd het glorierijke hoofdstuk van zijn aardse leven op martelende wijze afgesloten. Fysiek is hij niet meer onder ons, maar spiritueel is zijn aanwezigheid levendiger dan ooit. Niet alleen omdat hij voor ons bidt en voor ons bemiddelt bij de Heer, maar ook omdat hij zovele weldaden doet langsheen zijn Heilige Relikwieën die door de gelovigen worden vereerd. Deze worden zo deelgenoten van zijn genade.
Amen.